Hans heeft een mooie reflectie geschreven over zijn ervaringen op onze opleiding.

Ik deel een klein stukje hiervan met jullie:

Terugblik op koksopleiding VIP Health & Nutrition – Hans

 

Om er een psychologisch zelfonderzoek van te maken gaat natuurlijk veel te ver. Maar een terugblik en een persoonlijke evaluatie van een opleiding kunnen niet zonder een vleugje zelfbeschouwing. Een mespuntje, een kwart theelepeltje om in terminologie van het koken te blijven. Ik blik terug op de Vlam in de Pan kookopleiding die ik van september 2014 tot juli 2015 heb gevolgd en wat ik daarvan heb geleerd.

 

Waarom deze opleiding?

 

Het is goed nog eens tegen het licht te houden waarom ik deze opleiding überhaupt wilde doen. ‘Leuk als je zo’n passie hebt’ is vaak tegen me gezegd als ik enthousiast over koken vertelde. Ik kán ergens enthousiast over vertellen, dat is onmiskenbaar waar maar met koken vond ik het altijd raar als dat als ‘passie’ werd omschreven. Het is zo’n woordje dat mensen graag in de mond nemen, met koken helemaal – niet voor niets heet de site met informatie en kooktechnieken waar we ons voor moesten aanmelden http://passie.horeca.nl – maar ik voelde en voel het eigenlijk helemaal niet als passie! Dat mag raar klinken maar het is waar. Ik deel de betekenis van het begrip ‘passie’ wel met anderen maar koken voelde voor mij niet als passie in die zin. Passie is iets wat je in de documentaire van Sergio Herman ziet (Fucking Perfect) maar ook bij minder begaafden in sommige kookprogramma’s. Wat Femke van den Heuvel laat zien met haar experimenten en enorme ijver: dat is passie.

 

Bij mij was het meer een enorme fascinatie, iets waar ik zonder meer, dat wel, graag mee bezig was maar waar nog te veel kanten aan zaten die ik niet begreep, niet kon, waar ik domweg geen verstand van had, zelfs niet op het gebied van het alledaagse koken. Ik had weliswaar best het een en ander geleerd door veel informatie op te zoeken, wat boeken te kopen, soms wat proberen (ik heb echt zelf uit moeten vinden hoe en wat je met iets simpels als een pompoen kunt doen bijvoorbeeld). Ik had ook wel eens workshops gedaan, een kookweek zelfs maar dat had niet opgeleverd wat ik zocht.

 

Dat hoopte ik te vinden bij Vlam in de Pan. Een jaar was overzichtelijk, de verscheidenheid aan thema’s om van te dromen en de stijl, vegetarisch en gezond, paste ook bij me – al was ik geen strikte vegetariër. Ik wilde een stevige basis krijgen, basistechnieken leren waarop ik dan verder kon gaan, misschien wel om uit het koken een passie te ontwikkelen.

 

Maar er zat nog iets meer achter. Koken is niet alleen techniek, het is ook creativiteit. Op andere vlakken ben ik ontegenzeggelijk creatief maar kon ik dit ook in het koken kwijt? Was dat aan te leren? Daar was ik nieuwsgierig naar.

 

Een laatste overweging maar niet de minst belangrijke was of een koopopleiding mij vaardigheden als gestructureerd en rustig werken bij zou kunnen brengen. Het zijn niet mijn sterkste punten maar in het gewone en beroepsleven kom ik er aardig mee weg. Met koken is dat nauwelijks mogelijk: het zijn voorwaarden om goed in de keuken te functioneren. Ik hoopte stiekem via het koken op andere vlakken ook beter te worden.

 

 

 

De eerste module: Vegetarische menuopbouw

 

De allereerste les: ik kon me niet heugen het ergens zó naar mijn zin te hebben als hier. Alles wat ik me er van voorgesteld had en waar ik me op verheugd had, komt hier aan de orde.

 

Alleen maar ‘leuk’ blijkt het allemaal niet te zijn. Niet dat er dingen tegenvallen maar de hoeveelheid nieuwe ingrediënten, technieken, de snelheid waar dingen mee moeten gebeuren, het leren kennen van de keuken (waar staat alles?); het zijn allemaal dingen die me doen realiseren dat er veel te leren valt en dat dat leren met vallen en opstaan gaat. Dat tempert het enthousiasme niet want het is allemaal even boeiend. Wel is het een goede les dat – plastisch uitgedrukt – ‘iets in de pan doen’ maar een klein gedeelte van koken is! Daaraan vooraf gaat een grote en goede voorbereiding en daarna is het ook nog niet klaar. Koken is hard werken. Punt.

 

Thuis probeer ik alles na te koken van de receptuur; het meeste lukt ook al zou ik nu niet meer precies weten wat het allemaal was, zo veel verschillends maken we op de lesdagen. De koolburgertjes thuis lukken niet: de kool waarschijnlijk te dik gesneden waardoor ik door de massa maar een ei meng om de boel bij elkaar te houden. De veganaise lukt thuis pas bij het toevoegen van het citroensap, althans dat denk ik. Bij latere pogingen blijkt eigenlijk gewoon dat de verhouding tussen olie en sojamelk niet klopte: met genoeg olie wordt het vanzelf dik genoeg. Het komt er dus op aan met niet te veel sojamelk te beginnen!

 

Deze twee voorbeelden zijn op zich niet zo heel belangrijk. Wel staan ze model voor mijn leerproces: nu kijk ik daar vrij ‘gevorderd’ tegenaan. Oefening baart kunst en koken is vooral heel veel oefenen en wat mij betreft geldt hier: beter 1 recept 10 keer oefenen dan 10 recepten maar 1 keer.

 

De hoeveelheid informatie tijdens die eerste module was overdonderend en daar kwamen ook nog de dag bij Jonathan Karpathios en de wildplukexcursie met Ellen Mookhoek bij.

 

Pas bij het eerste examen merk ik hoeveel ik eigenlijk geleerd heb in een paar weken. De opdracht om zelf een gerecht te ontwikkelen, schrikt me aanvankelijk af. Maar door te brainstormen vanuit het geleerde stappenplan blijken er veel ideeën te ontstaan. Dat is voor mij een inspirerende ervaring! Dat wilde ik immers ook leren: niet alleen recepten volgen (alhoewel ik zeker niet zo iemand was die alleen maar strak een recept kon volgen) maar zelf iets creëren.

 

Toch is het moeilijk om precies te vatten wat er allemaal geleerd is. Er was veel informatie, nieuwe ingrediënten, technieken. Het heeft tijd nodig voordat dat allemaal in ‘je systeem’ zit. Hoe graag ik dat ook zou willen: de tijd is daarvoor te kort. Het gevaar bestaat (zeker bij mij) om dan maar te concluderen dat er misschien wel niets geleerd is. Een klein triviaal voorbeeld bewijst het tegendeel: waar ik die eerste weken de begrippen en betekenis van veganistisch en glutenvrij door elkaar haalde, kan ik me nu nauwelijks nog voorstellen dat dat ooit een probleem was.

 

 

 

Maar het allerbelangrijkste leermoment (nee, niet leermomentje maar leermoment) was bewustwording. Los van wat je eet, vlees, vis, vegetarisch, veganistisch etc. wees je ervan bewust dat je met voeding en niet met vulling (ik heb die uitdrukking helaas niet gemunt maar had dat wel graag gedaan) bezig bent. Voeding wil zeggen: je voedt je lichaam en dat doe je met zo zo veel mogelijk verantwoorde producten. Denk er in ieder geval over na

wat je doet: het is niet ‘slechts’ eten, het is ‘júíst’ eten! Dat je daar op een creatief en hoog niveau mee aan de slag kunt gaan, is ook duidelijk geworden maar het zal langer tijd vergen om dat onder de knie te krijgen. Maar beter dan technisch goed kunnen bereiden vind ik het om bewust met je producten om te gaan. Ik weet niet of Jonathan Karpathios het bewust overdreef, wat zwaar aanzette of dat hij het echt meende maar toen hij vertelde dat hij tal van chefs kende die niet wisten waar hun producten vandaan kwamen, hoe bepaalde groenten groeiden en in welk jaargetijde, vond ik dat opvallend.

 

Moest ik iets bijdragen aan een verzameling ervaringen van de afzonderlijke modules dan zou ik – anderen zouden al genoemd hebben: veel nieuwe ingrediënten en kookapparaten en kooktechnieken – toevoegen dat ik beter in staat ben te motiveren waarom ik eet wat ik eet en waarom ik het heb bereid zoal het op tafel staat. Dat klinkt wat mager, is het echter niet. Ik ga veel bewuster met eten om en realiseer me tegelijkertijd dat aan zo’n uitspraak allerlei halen en ogen zitten. Bovendien: is het eten van een zak paprikachips (een van mijn ‘zondes’) beter als je het ‘bewust’ doet? Eerder slechter lijkt me…

 

Maar ik ben me er wél van bewust!